Geloofscrisis


Als u nu verwacht in een verhaal over kardinalen, pausen en witte rook te zijn terechtgekomen, moet ik u teleurstellen. Ach, de meeste lezers van mijn stukken weten wel beter, uiteraard gaat ook dit over wielrennen. Een schitterende sport. Een sport in een kwaad daglicht. Een sport die ik altijd verdedigd heb.
    Toch betrapte ik me vanmiddag op, kijkend naar de laatste kilometers van Parijs-Nice en daarna Tirreno-Adriatico, gedachtes die me lange tijd vreemd zijn gebleven. Toen ik Sky zag domineren bergop in Parijs-Nice: ‘Hmm, wat een dominantie, dat doet terugdenken aan US-Pos… (Vast niet.)’ Toen ik Gesink zag lossen op een voor hem te vroeg moment: ‘Verkeerde bloedza…, Robert? (Echt niet.)’ Toen ik Porte zag winnen met een voorsprong van bijna 30 seconden: ‘Zozo, die heeft een goede dokt…(Pff.)’ Vervolgens de schakeling naar Italië (Land van Ferrari, en dan niet de sportwa…), waar 23-jarig wonderkind Peter Sagan topsprinters als Mark Cavendish en André Greipel versloeg: ‘Die komt ook uit het niets… (HOU OP!)

Kennelijk hadden de winterse gebeurtenissen meer met mijn geest gedaan dan ik dacht. (Wat drinkt ex-leider Andrew Talansky daar?) Ik voelde me als iemand die bedrogen was door zijn geloof. Door zijn helden. Zijn goden. Maar ik weet toch dat wielrennen schoner is? Dat de jonge generatie niet zo is. Dat is wat je al die maanden hebt verkondigt, Robin. Maar renners van de oude generatie, en vooral van het breukvlak tussen de twee, zijn er nog steeds. Alleen Contador al. (Ook niet onbesproken) De UCI is ook niet onbesproken in het EPO-tijdperk. Van een sportbond kom je niet zo gemakkelijk af.

Toch was het de jonge generatie die me redde, ik dacht aan de reactie van Bauke Mollema en Lars Boom, nu echt Neerlands hoop in bange dagen, op Boogerd’s ‘bekentenis’. Aan de reactie van Blanco Pro Cycling (de reïncarnatie van de Rabobankploeg) op de betrokkenheid van Luis Léon Sanchez bij de Fuentes processen: een schorsing die al loopt vanaf begin februari.

Toch is er nog veel te winnen, vergelijk Blanco eens met ‘de oude garde’: Katusha die Angel Vicioso (35 jaar oud) na betrokkenheid bij Fuentes al na enkele dagen terug op de fiets zette. Gelukkig hebben andere sporten nu ook door dat doping niet alleen een wielerprobleem is, zoals oud-wielrenner en commentator bij de RAI Davide Cassani al duidelijk maakte in een tekst (mijn vertaling). De tennisbonden voeren ook een bloedpaspoort in. Hopelijk zijn andere sportbonden even progressief ingesteld.

Voor nu is dit genoeg om mijn geloofscrisis af te wenden. Ik hoop dat Boogerd, Armstrong, Fuentes en alle anderen uiteindelijk alles op tafel zullen leggen. De periode afsluitend. Een volledig schone sport is een illusie, een schoner wielrennen niet.

Vertaling: Doping… Overpeinzingen van een renner

Ik zal niet claimen dat onderstaande vertaling van de tekst die oud-renner en nu commentator voor de RAI Davide Cassani op zijn website plaatste volmaakt is. Daarvoor de zinsopbouw van Cassani te emotioneel (bovendien studeer ik pas een dik halfjaar Italiaans). Emotie die je terugziet in Cassani’s lange zinnen, die ik hier en daar gesplitst heb om de tekst leesbaarder te maken. Toch raad ik iedereen aan dit te lezen, dat is exact de reden dat ik het toch vertaald heb. Ik heb geprobeerd de zinnen zoveel mogelijk letterlijk te vertalen, maar ik ben er soms niet aan ontkomen om bijvoorbeeld gezegdes om te zetten in soortgelijke Nederlandse gezegdes. Ook heb ik hier en daar extra uitleg toegevoegd.

Tegenwoordig zijn wij voor iedereen de sport der dopinggebruikers. Het uitschot van de samenleving. Ben je een wielrenner? Dan ben je gedrogeerd. Wielrennen is altijd mijn passie geweest. Vanaf het moment dat ik een kleine jongen was heb ik mijn leven gewijd aan het realiseren van een droom: het rijden van de Giro d’Italia. Ik was vijftien jaar oud toen ik, als ik zaterdagavond om negen uur naar huis ging, onaangetast was door de hoon van mijn leeftijdsgenoten, die deden alsof ik gek was. Ik was zestien toen ik als enige van de groep weigerde een sigaret te roken, omdat dat niet hetgene zou zijn dat me groot zou maken. Ik was achttien toen ik in plaats van wijn gemakkelijk en altijd een glas appelsap nam. Ik was 21 toen mijn droom werkelijkheid werd en ik was 35 toen ik me realiseerde dat het beter was van beroep te wisselen. Er is in die tijd geen dag voorbij gegaan dat ik niet aan mijn beroep heb gedacht. Het beroep dat ook daarna mijn passie bleef. Om tien uur naar bed gaan was voor mij nooit een offer en ik heb me nooit een slachtoffer gevoeld. Zelfs niet wanneer een of andere idioot aan de kant van de weg me voor sukkel uitmaakte omdat ik laatste was. Op een half uur van de eerste. Elke keer dat ik mijn benen en hart wijdde aan een teamgenoot die sterker was dan ik, was ik blij als een klein kind. Ik was dolgelukkig die enkele keren dat ik erin slaagde een koers te winnen en ik weet niet hoe vaak ik heb geschreeuwd van de pijn wanneer ik, bebloed en gewond, mijn fiets weer oppakte om samen* naar de streep te rijden. Ik heb mijn gezin verwaarloosd, ben mijn instinct achterna gegaan, heb mijn hart gevolgd. Ik heb 800.000 km gereden, onmogelijke bergen beklommen. Ik heb gestreden tegen de sneeuw van de Marmolada, gevochten tegen de verzengende hitte van de Aubisque. Ik heb altijd geprobeerd met mijn fiets aan de streep te komen en ik heb me altijd een held gevoeld, ook al was ik voor de meeste mensen een middelmatig renner. Als renner heb ik nooit geoordeeld over anderen, want ik was in harmonie met mezelf. Net zoals ik nu in harmonie ben, ondanks dat mijn sport wordt beschouwd als de ergste van alle sporten. De renners? Zij hebben schijt aan de mensen die zich moeten drogeren. Dat ze in staat zijn door de sneeuw of met 40 graden te fietsen, daar hoor je niemand over. Dat 50% van hun winstpremies** 40.000 euro is, wat neerkomt op 1 euro per kilometer (Een renner moet ongeveer 40.000 kilometer in totaal rijden per jaar), kan niemand wat schelen. En dat het enige waar zij aan denken het helpen van een teamgenoot is, toont een vrijgevigheid zoals je die nergens anders in de wereld vindt. Een gift die nooit wordt benadrukt.
Nee, we zijn een kudde gedrogeerden. Punto e basta. Dat blijkt uit Operaçion Puerto. 500 betrokken sporters, 250 bloedzakken in een koelkast. Sinds 2006 zijn er alleen enkele namen van wielrenners naar buiten gekomen. Italianen, Duitsers, Colombianen, maar vooral: alleen wielrenners. Fuentes heeft gezegd dat hij bereid was de codenamen te verbinden aan echte namen, maar niemand heeft hem iets gevraagd. Het databestand op zijn PC is niet aangeraakt. Om privacyredenen. Fuentes zegt dat als hij spreekt, de Spaanse sport zal ontploffen. En om van de stilte zeker te zijn dacht iemand dat het goed zou zijn om de zakken bloed buiten de koelkast te laten. Zodat ze, aangezien ze beschadigd zijn, geen enkele functie meer kunnen hebben***. De voorzitter van een voetbalclub beschuldigt zijn voorganger ervan te hebben gezegd dat hij aan Fuentes honderdduizenden euros heeft betaald. Een bericht dat in korte tijd uit de pers verdween. Er kwam een naam van een Italiaanse voetbalclub naar buiten, maar onmiddelijk werd gezegd dat het (natuurlijk) de naam van een renner uit het oosten moest zijn. Op een onduidelijk aantal zakken stond geschreven: ’Europese kampioenschappen’ en ik weet dat in het wielrennen een dergelijk evenement niet bestaat. In het voetbal wel. Fuentes heeft gezegd ook tennissers, voetballers, atleten etc. etc. te hebben behandeld, maar van wie zijn de namen die naar buiten komen? Alleen van wielrenners. Het WADA was aanwezig bij het wereldkampioenschap voetbal in 2006, maar ze zijn thuis gebleven en niemand heeft wat gezegd. Het is gemakkelijk sterk te zijn met de zwakken, en zwak met de sterken. Of Cipollini doping heeft gebruikt? Ik weet het niet, we zullen het horen, maar ik zou graag weten wie de andere sporters waren van wie die bloedzakken in die koelkast lagen en, boven alles, waarom ik, als fietser, een dopinggebruiker ben en alle andere heiligen zijn. Denken jullie echt dat doping een probleem van het wielrennen is? Als je als een van de weinigen een bloedpaspoort, bloedonderzoeken en constante beschikbaarheid accepteert, terwijl de anderen dit weigeren?

Origineel in het Italiaans:
http://www.davidecassani.it/in-evidenza/dopingriflessioni-di-un-corridore

* Met de andere gevallenen.
** Ik neem aan dat dat het deel van de winstpremies is dat, in ieder geval bij de ploegen van Cassani, naar de renner zelf ging. De rest werd verdeeld tussen alle andere aanwezige medewerkers.
*** In de rechtszaak.

Modder, wind en sneeuw

HInT-artikel van twee weken geleden:

Het wordt langzaam maar zeker winter in Nederland. De koers van de vallende bladeren is al lang verreden. De Olympische Spelen, de Tour de France en het EK voetbal zijn inmiddels een herinnering geworden. Zelfs de berichtgeving over de controverse rond Lance Armstrong begint vervelend te worden. Het grootste deel van de sportminnende bevolking kijkt naar het noorden; naar Thialf, naar het Vikingsschip van Hamar en naar Kolomna. Toch zijn er enkelen die niet (alleen) naar het noorden kijken, maar zich juist richten naar het zuiden, naar de rare Belgen.   

Die rare Belgen gaan namelijk niet schaatsen in de winter (al doet inline-skater  Bart Swings tegenwoordig heel aardig mee in de wereldtop). Zij hebben hun eigen winters volksfeest. De Belgen worden nu eenmaal gefascineerd door de fiets, ook in de winter. Wat ooit begon als tijdverdrijf en wintertraining van baanwielrenners (toen de wielerbanen uiteraard nog niet overdekt waren, zie de baan van Roubaix, de finish van de klassieke wegwedstrijd Parijs-Roubaix) is inmiddels uitgegroeid tot grote sport in België. Delen van Nederland, Tsjechië, Italië, Zwitserland, Duitsland, Frankrijk en de VS doen inmiddels goed mee in het Belgische geweld.

Zoals gezegd begon de sport rond 1900 als wintertraining van baanrenners. Zij hielden wedstrijden van dorp naar dorp waarbij het geoorloofd was om door de velden te rijden en over hekken te springen. Vaak was de top van de kerktoren (steeple) het enige herkenningspunt in deze races, vandaar de Engelse naam: steeple-chase (zoals het onderdeel bij het hardlopen dat nog steeds zo heet). Loopsecties, of portage, de fiets werd immers gedragen, waren noodzakelijk om ook de bloeddoorstroming in de handen en voeten op gang te houden in het koude winterweer, en om trappen op te komen natuurlijk.

De Fransen, minstens zo wielergek als de Belgen, lieten de wedstrijden plaatsvinden op een afgesloten circuit dat verschillende keren afgelegd moest worden. Vaak ontstonden rond de parcoursen elk jaar markten, zodat het veldrijden uitgroeide tot een waar volksfeest, wat het nu nog is. Het waren ook de Fransen die in 1902 de eerste Nationale Kampioenschapen hielden, snel gevolgd door de Belgen in 1910. Nog andere landen volgden snel. In 1924 werd de eerste internationale wedstrijd gehouden.

Tegenwoordig is er nog steeds sprake van een afgesloten circuit dat een aantal keer afgelegd moet worden. De hoeveelheid ronden is afhankelijk van de rondetijd van de eerste ronde, zodat de tijdsduur altijd rond het uur gelegd kan worden. Elke streek kent zijn eigen karakteristieke parcours: duinen, heuvels of vlak,  een ondergrond van vooral klei of sneeuw. Andere obstakels zijn trappen, ‘balkjes’ (rechtopstaande balken die dwars over de weg gelegd worden), zandbakken, slalomstroken (een serie rechte stukken gevolgd door bochten van 90 graden) en kunstmatige beklimmingen.

De afgelopen decennia wordt de sport gedomineerd door Belgen. Zeven van de tien laatste wereldkampioenen bij de mannen waren belgen, in totaal vier verschillende personen. Acht van de tien laatste winnaars van het Wereldbekerklassement bij de mannen waren belgen, ditmaal ook vier verschillende personen. Huidig wereldkampioen is de 26-jarige belg Niels Albert.

Toch ontbreekt er iets in deze wereldkampioenschappen, veldrijden is immers niet te behandelen zonder dé vedette in het huidig peloton te noemen, de ’Kanibaal van Baal’: Sven Nys, 36 jaar jong. Winnaar van de wereldbeker in 2000, 2002, 2005, 2006, 2007, 2008 en 2009. Belgisch kampioen in 2000, 2003, 2005, 2006, 2008, 2009, 2010 en 2012. Op zijn naam staan in totaal 152 overwinningen in het veld. Al met al een indrukwekkende lijst en des te indrukwekkender dat hij ook dit jaar, als toch ‘oude’ sporter, de overwinningen weer snel achter elkaar behaald, maar juist hij mist iets op zijn palmares: Nys werd ‘slechts’ éénmaal wereldkampioen, in 2005 in Sankt-Wendel. Een vlekje dat hij zeker dit jaar op zal willen poetsen.

De oudgediende Sven Nys is een uitzondering die de regel bevestigt, want veel succesvolle (vaak niet-belgische) veldrijders stappen over naar de weg. Al heeft Nys wel enkele wegwedstrijden, waaronder Parijs-Roubaix, gereden in het verleden. Een voorbeeld van zo’n succesvolle veldrijder die overstapt naar de weg is de wereldkampioen in het veld van 2010 en 2011, de nu 26-jarige Tsjech Zdeněk Štybar. Hij richt zich in dienst van de Omega-Pharma-Quick Step ploeg nu volledig op de weg.

In Nederland hebben wij er ook zo een: Lars Boom. Boom werd in 2008 al wereldkampioen veldrijden, bij zijn eerste wereldkampioenschap bij de elite, toen hij slechts 23 jaar oud was. In datzelfde jaar werd hij Nederlands kampioen op de weg en in het tijdrijden. Hij was op dat moment (en misschien is hij dat nog steeds wel) de meest talentvolle veldrijder die er rond reed. Boom vervolmaakte met zijn wereldtitel een serie die pas één iemand, de Tsjech Radomír Šimůnek senior, hem voor had gedaan: hij was wereldkampioen geworden in alle leeftijdscategorieën van het veldrijden: de Jeugd, de Beloften en de Elite. Na 2008 richtte hij zich steeds meer op de weg. Al bleef hij tot 2010 een enkele veldrit meepikken: Ik zal niet snel de angst vergeten van de Belgische wielercommentatoren toen Boom in 2010 voor het eerst weer meedeed in een Wereldbekercross in Zolder en deze gelijk ook maar even won. Men was ervan overtuigd dat hij ook het wereldkampioenschap zou rijden (en dus zou winnen), al had Boom nadrukkelijk gezegd dat niet te zullen doen. Sinds Booms overgang naar de weg  is Nederlands succes bij het veldrijden voor de mannen weer sterk verminderd, al houden Marianne Vos en Daphny van den Brand nog steeds huis bij de vrouwen.

Maar ook bij de mannen is er hoop: de 21-jarige Lars van der Haar. Van der Haar rijdt voor het eerste jaar mee bij de elite en is verschillende malen in de top 10 van Wereldbekercrossen geëindigd. Hij heeft daarnaast al aangegeven dat hij zich niet snel van het veldrijden af zal keren. Als wielerliefhebber hoop ik dat Van der Haar het Nederlands publiek iets vaker naar het Zuiden zal laten kijken. Maar laat dat nog maar een jaartje of twee duren, voordat er weer een wielertalent onder de druk van de media bezwijkt.

Tags: column

De laatste

Ik ben er klaar mee.
Moet een mens zijn sport blijven verdedigen, ondanks iedereen die zegt: ‘opdoeken die handel, is toch compleet verrot en verpest!’?
Dat is dé standaardreactie dezer dagen als het om wielrennen gaat. Het lijkt alsof het USADA rapport over Armstrong mensen wakker heeft geschud. Mensen die nog nooit naar wielrennen hebben gekeken. Mensen die alleen interesse toonden als het op het nieuws ging over de laatste dopingzaak in de Tour de France van 2005, of willekeurig welke grote ronde in de periode 1997-2008. Of een van die vele mensen die zich wielerfan noemen, alleen omdat ze naar wat Chateaux in Frankrijk in de periode juni-juli van elk jaar kijken. En naar ‘wielerkenner’ Mart Smeets met een glas rode wijn.
Die wielersceptici bemoeien zich er ineens mee. Met geen mogelijkheid is uit te leggen dat de sport nu anders is. Schoner. Let wel: schoner, niet schoon. En toch ben ik daarvan overtuigd, heilig. Ik hoop dat de beschreven mensen niet nu al afgehaakt zijn. Dat ze doorlezen en mijn uitleg bekijken en beschouwen, misschien zelfs reageren.
Waarom is het toch altijd het wielrennen dat met doping geassocieerd wordt? Die vraag is eigenlijk redelijk eenvoudig te beantwoorden. Allereerst is het zo dat wielrennen een sport is die zeer, maar dan ook zeer, fysiek is. Het aantal trainingsuren dat een renner al heeft gemaakt op het moment dat hij rond 23-jarige leeftijd zijn debuut maakt als professional is zeer hoog. Als je niet minstens één keer per week als jeugdrenner in de hogere regionen van de sport een training van zes uur doet, is dat eigenlijk te weinig en loop je een fysieke achterstand op. Dat is tegelijk de reden waarom veel klassements- en klassiekerrenners pas na hun 27e opbloeien (sprinters zijn vaak de enige uitzondering hierop, die bloeien vroeg en boetten aan snelheid in. Kijk eens naar een renner als Tom Boonen). Het loont simpelweg veel meer om doping te gebruiken dan bij een sport als voetbal, waarin meer sprake is van losse inspanningen tijdens een wedstrijd. Wat dat betreft is wielrennen beter te vergelijken met de marathon of de triathlon. Ten tweede is wielrennen een van de meest gecontroleerde sporten ter wereld.
Dan het USADA-rapport. 200 pagina’s (1000 als je alle bijlagen meetelt) belastende informatie over niet alleen Lance Armstrong (al vindt hij zelf van wel), maar de gehele US-Postal ploeg. Op enkele kleine stukken na, was dat rapport echter oud nieuws. Het grootste deel was de bevestiging van geruchten die al sinds Armstrongs eerste Tourzege de rondte deden. Schokkend op zichzelf, maar geen nieuws voor de trouwe wielervolger. Laten we wel wezen: als Armstrong de Tour de France wint met een kwartier verschil op de nummer twee, Jan Ullrich, gepakt dopingzondaar, lijkt me dat op zijn minst verdacht.
Het rapport beschreef hoe Armstrong besefte dat je makkelijk met doping weg kon komen: bepaalde (verboden) stoffen die aangemaakt werden vanwege zijn teelbalkanker werden niet gevonden door de UCI. Het leidde tot grootschalig, gestructureerd en zeer dwingend EPO-gebruik binnen Armstrongs US-Postal ploeg. Op het moment, in 2001, dat de UCI een betrouwbare test voor EPO ontwikkeld had, schakelde de ploeg om naar bloeddoping. Bloeddoping is nog steeds niet volledig te detecteren, maar in 2008 begon de UCI met een bloedpaspoort. In dit bloedpaspoort bouwt men een ‘profiel’ op van de bloedwaarden van een renner, als daar ineens afwijkende waarden in gevonden worden, is dat een reden voor nader onderzoek. Er zijn zelfs geruchten van afwijkende bloedwaarden van Armstrong tijdens zijn return in 2009. Doping gebruiken en ermee wegkomen is dus veel lastiger geworden.
Er is nog één bekende nieuwe ontwikkeling op dopinggebied: AICAR. Het is echter een duur en tegenwoordig detecteerbaar product, dus geen verstandige keuze als je de Tour wil winnen.
De verhoogde controle heeft ertoe geleid dat er een piek van dopingzaken lag in de periode 2002-2008, wat uiteraard niet wil zeggen dat men toen ineens meer gebruikte. Daarna is het langzaam afgenomen. Duidelijk is dat dopingzondaars in deze jaren relatief snel na een grote ronde, meestal tijdens de eerste urinecontrole in de weken na de ronde, tegen de lamp liepen, vaak in relatief grote getale. Vergelijk dat eens met het enkele geval (Alexandr Kolobnev, Hydrochlorothiazide, nog niet eens prestatiebevorderend) dat na de Tour van 2011 bekend werd. Of Fränk Schleck na de Tour van dit jaar (Xipamide, een vochtafdrijver. Oftewel: niet handig als je in de zomer hard door Frankrijk moet fietsen).
Mocht je zeggen: het is een kwestie van tijd voordat de top 10 van de laatste Tours ook betrapt wordt, dan wijs ik op het feit dat er in de jaren 1997-2008 vaak al onmiddelijk geruchten opdoken, die nu ontbreken.
Het belangrijkste is nog dat de generatie wielrenners uit de EPO-jaren langzaam uit het peloton is verdwenen. Op een enkel ´fossiel´ na, zoals Armstrong-wegkapitein George Hincapie. Er is sprake van een mentaliteitsomslag. Taylor Phinney, rozetruidrager in de afgelopen Giro d’Italia, vertelde laatst tegen Velonation.com dat hij zelfs nauwelijks pijnstillers slikt. (Voor het hele interview: http://goo.gl/xyG82) De pilcultuur is verdwenen uit het wielrennen, in ieder geval bij de nieuwste generatie. Kijk alleen maar eens naar de tijdsverschillen tussen de top-10 van de Tours van afgelopen jaren en vergelijk die eens met de tijdsverschillen uit het EPO-tijdperk.
Ik hoop dat de wielersceptici tot hier zijn gekomen. Dat ze nadenken voordat ze de volgende keer roepen dat ‘dat hele wielrennen maar afgeschaft moet worden’. Maar bovenal hoop ik dat dit de laatste keer is dat ik, en met mij alle echte wielerfans, mechaniciens, teambazen, maar bovenal renners, de wielersport moet verdedigen. I rest my case.

Tags: column

[COLUMN] Spoken van de Geschiedenis

Eens in de zoveel tijd gebeurt het mij wel eens dat een onderwerp, volledig willekeurig, verschillende keren opduikt in gesprekken. Ik weet niet of dat aan mijn geestelijke gesteldheid ligt of niet, maar het Foro Italico was voor mij de afgelopen tijd zo’n ‘spook’. Of het nu een docent was die zijn fascinatie deelde of iemand die naar Rome ging, elke keer dook het Foro op.

Inmiddels denk je waarschijnlijk (met alle respect): ‘Het Foro Italico? Bedoel je niet het Forum Romanum?’ Nee, dat bedoel ik niet. Dan had ik dat wel opgeschreven. Al ligt het Foro wel in Rome, een stukje buiten het toeristische centrum. In tegenstelling tot het Forum Romanum heeft het Foro wel een korte introductie nodig:

Het Foro Italico begon zijn leven met een andere naam: Foro Mussolini. Inderdaad, naar de ‘dux’ (leider) van het fascistische Italië van voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De bedoeling was om, na de ‘Hitler-spelen’ van 1936 en de Olympische Spelen van 1940 in Tokyo, de Olympische Spelen in 1944 in Rome te organiseren. Uiteindelijk is vanwege overduidelijke redenen alleen de eerste doorgegaan. Bovendien kreeg in 1939 Londen de Olympische Spelen van 1944 toegewezen. Voor een Italiaanse kandidatuur waren natuurlijk wel faciliteiten nodig en daar was het Foro voor. Toen het in 1938 af was bestond het uit twee stadions en het centrum voor Mannelijke Fysieke Educatie (Accademia fascista maschile di educazione fisica). Zoals te zien in deze maquette.

Alles aan het complex moest natuurlijk de sfeer van een wedergeboorte van het Romeins Rijk uitademen. De brug (Ponte Duce d’Aosta) over de Tiber voor het complex staat daarom bol van de reliëfs van soldaten uit die tijd, gespiegeld aan de reliëfs op de Zuil van Trajanus over de verovering van Dacia (inderdaad, van de auto’s). Door de brug is er een open uitzicht op de grote obelisk waarop in grote letters MUSSOLINI DUX geschreven staat. Daarachter ligt de toegangsweg van zwart-wit mozaïek in de stijl van de mozaïeken in Ostia, die rond die tijd opgegraven werden. In plaats van vissen, schepen en kruiken zijn er afbeeldingen van onder andere jeeps, rupsvoertuigen en vliegtuigen . Aan weerszijden van de mozaïeken toegangsweg staan grote stenen met inscripties van belangrijke data van het fascistisch bewind, zoals de revolutie van 1922. Uiteindelijk liggen de twee stadions, het Stadio Olimpico en het Stadio dei Marmi, naast elkaar, achter een grote stenen wereldbol. Aan de bovenrand van het Stadio dei Marmi staan Romeins-aandoende beelden die verschillende sporten en regio’s van Italië symboliseren. Architect van dit alles: Enrico del Debbio.

Waarom deze beschrijving van hoe het er toen uit zag? Omdat het er nu nóg zo uit ziet, enkele aanpassing daargelaten. De grootste aanpassing is het volledig vervangen van het Stadio Olimpico met een nieuw, modern stadion.  Dit nieuwe stadion is de thuishaven van beide Romeinse voetbalclubs uit de Serie A: AS Roma en Lazio Roma.

Dat het er nog zo staat klinkt nogal logisch, ze wisten immers wel hoe ze moesten bouwen en zo lang geleden is het nu ook weer niet. Maar als je er tegenwoordig rondloopt, zie je nog steeds de vele verwijzingen naar Mussolini, zoals de inscriptie op de obelisk. Nagenoeg niks is weggehaald of weggepoetst.

En het beste komt nog: na de omverwerping van het fascistisch regime in 1943 werd ook déze datum toegevoegd aan de herinneringsstenen, net als het einde van de oorlog in 1945. Zelfs de stichting van de nieuwe Republiek in juni 1946 werd toegevoegd. De cirkel was rond. De fascistische periode voorbij en afgesloten. Italië kon door.

Dít was, naast de schoonheid van het complex, wat me intrigeerde toen ik eind augustus vorig jaar op een hete middag de mozaïekvloer opliep. Het was een schitterende cirkel van de geschiedenis. Een erkenning van het verleden, een afsluiting van datzelfde verleden en het richten van de blik op de toekomst.
Vergelijk het met de locatie van de Olympische Spelen van 1936: Berlijn. Voor zover ik weet zijn daar alle verwijzingen naar het Nazi-verleden verworden tot roestige gaten waar ooit de adelaars en hakenkruizen stonden.

Je zou kunnen zeggen dat Duitsland meer reden had om haar verleden uit te wissen, maar ook fascistisch Italië heeft de nodige doden op haar geweten. Verschil is dat Mussolini pas laat in de antisemitische doctrine van Hitler is meegegaan. Bovendien heeft hij de meeste schade berokkend in oorlogen in Albanië en Ethiopië.

Het krampachtige omgaan met de geschiedenis is iets wat ook in Nederland terug te vinden is. Rond Sinterklaas was er bijvoorbeeld de bijna jaarlijkse ophef om Zwarte Piet, die beledigend zou zijn als zwarte slaaf van de blanke meester. Daarnaast was er in de dagen voor Prinsjesdag een discussie over een van de panelen van de Gouden Koets. Dit paneel verwijst naar het Nederlands slavernij-verleden.
Wat mij betreft zou een land, volk of zelfs individueel persoon nooit moeten proberen haar verleden uit te wissen of te ontkennen. Landen worden bewoond en bestuurd door mensen, die mensen maken fouten. Het zijn geen robots. Zelfs robots moeten trouwens geprogrammeerd worden. Beter is het te zeggen: ‘Ja, ik (of ‘we’ in dit geval) hebben fouten gemaakt achteraf gezien. We weten nu hoe het beter moet.’

Het ontkennen van fouten, zeker als ze een dergelijke impact hebben, is naar mijn mening erg gevaarlijk. Maak dan liever de cirkel rond en ga verder met het verleden in je achterhoofd. Het is gebeurd en dus is er niks meer aan te veranderen. Al moet dat nooit een reden zijn om het te vergeten. Het proberen uit te wissen is dan juist de reactie die je níet moet hebben.

Oh, en loop eens langs het Foro de volgende keer dat je in Rome bent. Het is de moeite waard. Misschien moet ik dat zelf ook maar weer eens doen, dan sluit ook ik de cirkel en waart het Foro Italico misschien niet langer rond als spook in míjn leven.


Met dank aan Christoph van den Belt, die een korte redactie op dit stuk heeft uitgevoerd.

Tags: column

[COLUMN] Basken

Aangepaste versie van een artikel verschenen in het HInT in de week van 18-6-2012

‘Rare jongens die Basken!’. Het hadden de woorden van Asterix en Obelix (of meer specifiek: van Obelix) kunnen zijn in een van hun stripverhalen. Het Baskenland, in het noordoosten van Spanje rond de rivier de Ebro, is een bijzondere regio. Met bijzondere inwoners.
De regio bestaat uit twee delen. Het zuidwestelijke, Spaanse, deel is het meest bekend. Er ligt echter ook een deel in Frankrijk. (kaart)
Laat het duidelijk zijn dat er geen enkele historische basis bestaat voor de karakters van Asterix en Obelix. Toch zijn deze woorden op zichzelf niet heel raar. De Basken zelf voeren hun ‘volk’ namelijk terug op een stam die al sinds de Romeinse tijd in dit gebied woont: de stam van de Vascones. Deze stam wordt zowel door de Griek Strabo als de Romein Plinius genoemd. Dit is ook waarschijnlijk de oorsprong van ons woord ‘Bask’.
In de Laat-Romeinse tijd wordt de stam waarschijnlijk overlopen door volkeren die op drift waren geraakt door de ‘volksverhuizingen’. Onder de Franken wordt rond 600 het graafschap Vasconia gesticht. Dit graafschap zal later overgaan in het graafschap Gascogne. Uiteindelijk ontstaat in de streek het koninkrijk Pamplona.
Het gebied wordt in de volgende eeuwen in de ‘vaart der volkeren’ meegevoerd. Soms wat sneller, soms wat langzamer. Dit zonder dat zich schokkende gebeurtenissen voordoen.
Totdat de Romantiek begint. Kort voordat deze echt losbarst, zijn er enkele oorlogen rondom het Baskenland met centralisatie als inzet. Er ontstaat een status quo waarin sprake is van een sterke centralisatie van de macht. Onder invloed van het Romantisch nationalisme begint in het Baskenland een nieuwe strijd om meer autonomie. Een strijd die in feite tot nu voortduurt.
Wat er onder de invloed van de Romantiek in het Baskenland gebeurde is niet uniek, zoals mijn mede-historici (in spé) wel zullen weten. In Duitsland was er ‘Hermann the German’ (Ariminius), in Engeland Boudicca en in Frankrijk Vercingetorix. Overal in Europa werd een ver, vaak twijfelachtig, verleden ingezet. Ofwel om de creatie van een natie te versterken, ofwel om zich hier juist tegen te verzetten.
Het extreemste voorbeeld van dit Baskisch nationalisme is natuurlijk de ETA. Euskadi Ta Askatasuna, oftewel: Baskenland en vrijheid. Op 20 oktober 2011 kondigt de ETA aan te stoppen met gewelddadige acties. Politiek bestaat de organisatie nog steeds, de Batasuna. Alhoewel ze verboden is.
Dit nationalisme is ook sterk aanwezig in de sport. Dit is het beste te zien in wielerrondes die door, of dicht bij, het Baskenland komen. (voorbeeld) Hele beklimmingen kleuren oranje, de geworden nationale kleur van het Baskenland.
Waarom ‘geworden kleur’? Omdat oranje de kleur is van het Baskische telecombedrijf Euskaltel. Euskaltel is de sponsor van wat in feite de Baskische nationale wielerploeg is: Euskaltel-Euskadi. De ploeg is een van de langst bestaande in het peloton. Al sinds 1998 draagt zij de naam van Euskaltel. de basisstructuur bestaat al in 1994.
Er is echter nog iets bijzonders aan dit team. De volledige selectie bestaat uit Basken. Het grootste deel van de huidige selectie zijn Spaanse Basken, eenentwintig van de drieëntwintig. De overige twee, Pierre Cazaux en Romain Sicard, zijn Fransen. Beiden zijn ze geboren in Frans Baskenland. Ook rijdt het team op fietsen van het Baskische merk Orbea, heeft het helmen op van hetzelfde merk en draagt het Baskische Etxe-Ondo kleding.
Hoewel, allemaal Basken? Namen als Izagirre en Txurruka zijn natuurlijk overduidelijk Baskisch, maar Samuel Sánchez González? Inderdaad Samuel Sánchez, Olympisch kampioen op de weg, is geboren in Oviedo. Voor degenen die niet zo onderlegd zijn in de Spaanse geografie, dat ligt in de Asturias. Niet echt in het Baskenland dus.
Sánchez rolde als zeer beloftevolle jongeling in het Euskaltel team en is sindsdien aangenomen Bask. Zijn overwinningen zullen hier zeker aan bijgedragen hebben, gezien zijn populariteit.
Er is nog een sportteam wat uitsluitend bestaat uit Basken: Athletic Club Bilbao. Verliezend finalist van zowel de Europa League als de Spaanse beker.
De geschiedenis van Athletic gaat wat verder terug dan die van Euskaltel. In 1898 werd ze namelijk al opgericht. Vanaf 1929 (de oprichting) speelt Athletic in de La Liga, de Spaanse eredivisie. De vereniging is één van de drie clubs die nooit uit La Liga zijn gedegradeerd. (De andere twee zijn tamelijk voorspelbaar).
In de selectie van Athletic valt één vlaggetje op: dat van Fernando Amorebieta. Voor zíjn naam is namelijk een Venezolaans vlaggetje te vinden. Hij is inderdaad in Venezuela geboren, maar opgegroeid in het Baskenland. Bovendien zijn zijn ouders ook Baskisch, dat verraadt zijn achternaam al. Enige échte uitzondering is de trainer, de Argentijn Marcelo Bielsa.
Streekgevoel is niet bijzonder in Spanje, denk alleen al maar aan Catalonië en FC Barcelona. Maar om op hoog niveau in verschillende sporten (ook in rugby bestaat een Frans team met sterke Baskische invloeden: Biarritz Olympique Pays Basque) teams te vinden die volledig bestaan uit mensen uit de regio is erg bijzonder. Bovendien kunnen er weinigen tippen aan het fanatisme van Baskische supporters en is het een van de weinige Europese regio’s die nog sterk vasthouden aan hun ‘eigen’ cultuur.
Met recht rare jongens dus.

Tags: column

[COLUMN] Vroeger

‘Vroeger’. Het is een woord waar ik een hekel aan heb. Afkomstig van een historicus in spe klinkt dat misschien een beetje vreemd. Maar als je het aan het eind van dit stuk nog niet begrijpt, heb je alle recht me ermee te confronteren.
‘Vroeger’… Wanneer is dat? Het geeft je een vaag idee van iets dat in het verleden ligt, maar wanneer precies? Dat weet niemand.
Of toch: Degene die het woord aan het begin van zijn of haar zin zet. Vaak in een gesprek op een verjaardag of receptie van de, met alle respect, oudere medemens. Het klinkt me inmiddels als onheilspellend intro in de oren.
Wat volgt is vaak een beschrijving van hoe het ‘vroeger’ volgens de betreffende spreker was. Vol overdrijvingen, in positieve en negatieve zin. Vol nostalgie. Vol verlangen naar een vervlogen tijd. Een tijd die nooit meer terug zal komen, het is niet voor niets ‘vroeger’, niet ‘nu’ of ‘later’.
‘Vroeger toen de jeugd nog respect had voor degenen die ouder waren dan zijzelf, toen de belastingen nog laag waren, toen benzine nog te betalen was. En toen de boodschappen nog goedkoop waren. Toen er nog muzíek gemaakt werd.’

‘It’s every generation throws a hero up the pop charts’  

Heerlijke opsommingen, waarmee iedereen het eens is, zolang ze van deze ‘vroeger-generatie’ zijn. Míjn bloed daarentegen begint te koken.
Wie zegt dat vroeger alles zoveel beter was? Waarop baseer je dat? Je eigen nostalgie? Je hoop tegen beter weten in om ooit nog eens jong te kunnen zijn, nog eens een leven voor je te hebben?
De generaties van de jaren ‘60 en ‘70 lijken volledig verstoft. Niets lijkt er over van de veranderingszin van deze dansende, wiet- en waterpijprokende wereldverbeteraars in volkswagenbusjes. (wat nou respect voor de ouderen?) Nu zeg ik niet dat alles beter wordt met positiviteit, maar het wordt er ten minste gezelliger op.

‘Yeah it’s overwhelming, but what else can we do?
Get jobs in offices and wake up
for the morning commute?’

Het ergste is dat het aan een opmars bezig is. De politiek komt zo, eerst wat anders. Op vragen over hun muzieksmaak heb ik leeftijdsgenoten horen antwoorden: ‘oude muziek’.
Nu is daar niks mis mee, maar wel met het vervolg: ‘wat ze tegenwoordig maken, kun je nauwelijks muziek noemen.’ (TS)
Natuurlijk staat je vrij om bepaalde muziek leuker te vinden dan andere, maar de ontkenning van smaak van àlle hedendaagse muziek? Ik ben persoonlijk erg blij dat we niet nog steeds met alleen maar Stones-, Beatles- en Van Halen-achtige muziek zitten.
Muziek verandert, de wéreld verandert. Wen er maar aan, anders wordt het nog een vervelende tijd op dit rotsblok.
De politiek dan.
Het is inmiddels meer dan twee maanden geleden dat Wilders het onderzoek, uitgevoerd in zijn opdracht, presenteerde naar de gevolgen van een eventuele overstap naar de gulden. Allereerst: Ik vind dat alle opties overwegen moeten worden, al was er het een en ander af te dingen op de vraagstelling en het bureau wat het onderzoek deed. Mijn voornaamste pijnpunt zit ergens anders. Dat is namelijk het symbool wat de gulden door dit onderzoek werd in Wilders’ PR-machine. Het symbool van nostalgie, van al die vragen die ik hierboven opschreef en aanviel, ingezet om emoties aan te boren in een politieke strijd. Wilders is niet de enige, wat dat betreft was de ´VOC-mentaliteit´ een veeg teken.
En laten we wel wezen: vroeger wás niet alles beter. ‘Vroeger’ was ook de tijd dat er vanwege brandstofschaarste autovrije zondagen waren. De tijd dat een glas bier vier miljard kostte. Reichsmark. De tijd dat de Rolling Stones grotendeels onder invloed (van wat dan ook) door de Verenigde Staten trokken en haar veroverde. En dan ben ik nog coulant.

‘How old will I be when I try to freeze time
And my age degrades into a well worn lie’

Mocht je mij ooit betrappen op het gebruik van ‘vroeger’ in zo’n context, confronteer me er in hemelsnaam mee. Het is een van mijn grootste angsten om ooit ook zo op een verjaardag te zitten: ‘Weet je nog? Vroeger? Toen hadden we Justin Bieber tenminste nog… *zucht*’ Zeg ‘Nee!’ en zet dit nummer op:

Accept certain inalienable truths, prices will rise, politicians will
philander, you too will get old, and when you do you’ll fantasize
that when you were young prices were reasonable, politicians were
noble and children respected their elders.

(Met een eervolle vermelding voor iedereen die de citaten (uit muziek) kan plaatsen zonder internet.)

Tags: column

[COLUMN] Grote Herinnert U Zich Dit Nog Quiz 2012

Donderdag 17 mei, Hemelvaartsdag. ‘s Avonds kwam ik zappend langs het begin van de Grote Geschiedenis Quiz van de NTR-VPRO. Als student geschiedenis voelde ik me toch enigszins verplicht om te blijven hangen. Dat deed ik dan ook: grote fout.
Allereerst, wat is het doel van het programma? De website blijft er schimmig over, maar ik ga er vanuit dat ze op een leuke manier de grootste kenner van de (voornamelijk: vaderlandse) geschiedenis willen vinden. Ik ga er ook vanuit dat er geprobeerd wordt om geschiedenis wat populairder te maken. Binnen een bepaalde doelgroep, uiteraard.
De eerste ronde van meerkeuzevragen begint met een vraag over de inhoud van China’s Culturele Revolutie. Totnogtoe prima. Maar bij de tweede vraag begon het al te jeuken. Het was een vraag over de eerste vrouwelijke minister van Nederland: Marga Klompé. De vraag luidde: ‘Waarbij hoorde “een bloemetje op tafel”, aldus Klompé?’ Het antwoord hing samen met de totstandkoming van de Bijstandswet in 1963.
Een vraag naar een leuke, maar toch triviale, uitspraak door een in zekere zin baanbrekend persoon die een belangrijke wet invoert. Waarom die vraag dan zo stellen? Waarom zoiets als een eerste vrouwelijk minister noemen en de totstandkoming van de Bijstandswet en er vervolgens zo’n triviale vraag over stellen? De grote historische lijn wordt zo genegeerd, en die zou wat mij betreft juist centraal moeten staan.
Even later kwam er nog een goed voorbeeld voorbij. De vraag was: ‘Waarom werden in 1877 schedels van kerkhof Urk ontvreemd?’ Wederom een triviale vraag, want: wie weet zoiets in godsnaam!? Het antwoord was interessant, namelijk: ‘Onderzoek naar de oer-Nederlander’. Wat iedereen zich afvraagt: Waarom dan? Dit antwoord is niet echt voldoende motivatie.  
Wat hierachter ligt is namelijk de Romantiek. Deze Romantiek vormde in deze periode de basis waarop naties probeerden om op allerlei (pseudo-) wetenschappelijke manieren oeroude continuïteiten te ontdekken. Een ontwikkeling waar uiteindelijk zaken als de Nazistische rassenleer uit zou ontstaan. Deze achtergrond maakt de vraag ineens stukken interessanter.
Het probleem was: deze uitleg heb ik hier net zelf geformuleerd. Het werd dus niet in de uitzending verteld. Wat mij betreft een grote gemiste kans.
Ik denk dat het voor de Quiz beter zou zijn om juist naar dít soort dingen te vragen: de grote historische lijn en context. Dat er bij deze ontwikkeling vanuit de Romantiek schedels in Urk werden ontvreemd is dan een leuk triviaal feitje om na bekendmaking van het antwoord te vertellen. Zo blijf je het effect van ‘het leuke’ hebben, in combinatie met ‘echte’ geschiedenis.
Naast de triviale vragen, was er het feit dat de meeste vragen zich concentreerden rond de 19e en 20ste eeuw. Logisch, bij een televisieprogramma. Uit die periode zijn namelijk de meeste beelden beschikbaar. Maar de producenten bleken dit toch op te kunnen lossen, bleek bij een vraag over de slag in het Teutoburgerwoud. Als inleiding werd namelijk een deel van een theaterprogramma van Van Vleuten en Van Muiswinkel getoond.
Het kán dus wel, waarom gebeurt het dan niet vaker?
Al snel noemde ik de Quiz op Facebook al een gedrocht en de ‘grote herinnert u zich dit nog-quiz’. Iets waar ik nog steeds achter sta. Een korte rondgang langs mijn medestudenten op Facebook leerde me dat ik niet de enige was die er zo over dacht: ‘ik keek net ook even, maar ik vind het vooral beschamend dat een geschiedenisquiz er zo uitziet, ik wil niet dat mensen gaan denken dat ik antwoord zou kunnen geven op dit soort saaie vragen omdat ik toevallig geschiedenis studeer!’ was een quote die ik voorbij zag vliegen (Dank aan Elien). En daar sluit ik me graag bij aan.

[COLUMN] Zwart-Wit

Wat is het toch dat mensen de wereld toch het liefst in zwart-wit zien? Natuurlijk is het makkelijker, misschien wel te makkelijk. ‘Wij’ tegen ‘hen’, goed tegen kwaad, zwart tegen wit. Ook letterlijk.
Wederom zijn er dit jaar discussies rond de Dodenherdenking van 4 mei. Vorig jaar bleef het beperkt tot een discussie over de aanwezigheid van Geert Wilders op de Dam. Oh ja, en Gretta Duisenberg die in een restaurant door de twee minuten stilte heen praatte (zie VK.nl). Dit jaar kwam er een kort geding aan te pas.
Het kort geding diende na de aankondiging van de gemeente Bronckhorst dat bij de officiële herdenking in Vorden terug zou worden gelopen langs het graf van tien gesneuvelde Wehrmacht-soldaten. Federatief Joods Nederland ging hierop naar de rechter. Volgens FJN zou dit ‘grievend zijn voor de nabestaanden en beledigend voor de doden.’
Ook het Joodse actiecomité Tradition is Our Future (TOF) (alleen de naam al, brr.) kondigde een actie aan. Nota bene om 20:00(!) vloog over Vorden een vliegtuigje met een spandoek met de tekst: ‘Vorden is fout’ (goede slogan trouwens).
Het oordeel van de rechter? Er mag niet stilgestaan worden bij deze dode Duitse soldaten. De gegeven reden schiet wat mij betreft sterk tekort:  ‘dat 4 mei over de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog moet gaan.’ (citaat Nu.nl).
Ik zou graag willen weten hoe deze dienstplichtige jonge Duitse jongens geen slachtoffer van de Tweede Wereldoorlog zijn. Ik ga er vanuit dat het jaartal van hun sterfdatum netjes binnen de historische grenzen valt?
Nu is het gevaarlijk om al de schuld af te wentelen op de hoogste laag van de destijdse Duitse elite en al het ‘werkvolk’ vrij te pleiten. Uiteindelijk kom je bij één man uit.  Dit soort historisch relativisme lijkt me niet correct. De schuld bij het gehele Duitse ‘volk’ leggen is daarentegen ook verkeerd. Vergeet vooral niet, dat het jongens zijn die daar liggen. Ja, Duitse jongens, die bovendien aan de verkeerde kant stonden in de oorlog, maar wel van de Wehrmacht. Dienstplichtigen dus.
Wie zal zeggen of ze in ‘hun’ Führer geloofden? Misschien wel. Misschien wisten ze niet beter. Misschien waren ze van huis weggerukt om tegen hun wil te vechten tegen mensen met wie ze geen ruzie hadden, die ze nooit gezien hadden. Niemand die het weet, de antwoorden liggen in die tien graven. Feit is wel dat ze te jong aan hun einde gekomen door een voor hun vijandige kogel of bom.
Dan een ander twistpunt.
In Wageningen hebben Tweede Wereldoorlog-veteranen geprotesteerd tegen het voornemen van Koude Oorlog-veteranen om deel te nemen aan de herdenking. De Koude Oorlogers bestelden nepmedailles voor dit doel.
Nu lijken nepmedailles niet helemaal de bedoeling, je moet ze verdienen toch? En er is geen directe militaire actie geweest tijdens de Koude Oorlog. Maar is dit het moment voor zulke kleinzerigheid? Zouden de Koude Oorlogers hebben geaarzeld als ‘de Russen’ binnen waren gevallen? Lijkt me niet, daar zijn ze militair voor.
Dan Dirk Siebe.
Afkomstig uit een gezin van verzetstrijders maar zelf actief in de Waffen-SS. Hij was het onderwerp van het gedicht dat de vijftienjarige Auke de Leeuw voor zou dragen op de Dam. De laatste regels van zijn gedicht: ‘Omdat ook Dirk Siebe niet vergeten mag worden’
Dit was tegen het zere been van enkele Joodse belangenorganisaties. Het Nederlands Auschwitz Comité en het Centrum Informatie en Documentatie Israël dreigden met een boycot Het 4- en 5 mei comité zwichtte.
Misschien was de keuze voor dit gedicht, door middel van een prijsvraag, niet de meest gelukkige. Maar wanneer is het leed oud genoeg om te erkennen dat mensen fouten maken? meegesleept door hun tijd en de ‘tijdsgeest’. Dit mag nooit een excuus zijn voor daden, maar is toch minstens een motief voor vergeving?
Nogmaals de vraag waarmee ik begon: Waarom wil iedereen de wereld in zwart-wit zien? Zelfs de zwart-wittelevisie kende grijstinten. Is het dan niet eens tijd om, in een tijd van 3D-televisie, het verleden eens in grijstinten te bekijken. Nee! Zelfs in kleur?

[COLUMN] Voeckler

Kent u deze foto? Zo ja, en herken je de wielrenner sla dit stuk gerust over. Voor degene die niet zo met wielrennen bezig is: een kleine introductie.
Het is een still uit de tv-verslaggeving van de Brabantse Pijl. Dit is een semi-klassieke eendaagse wedstrijd in, je raadt het, de Belgische provincie Brabant.
De man op de foto is een renner van de Europcar-formatie, herkenbaar aan de diepgroene shirts. Wat getrainde kijkers zullen de tricolore bandjes rond de armen opvallen. Met andere woorden: deze renner is ooit nationaal kampioen van zijn land geweest, in dit geval Frankrijk. De still is gemaakt op het moment dat deze renner op kop ligt. Het is dan waarschijnlijk dat hij ook alleen over de finish zal komen. Inderdaad, kilometers later zou hij als eerste over de streep komen.
Laat ik een einde aan de twijfel maken: de man op de foto is Thomas Voeckler. Volksheld van fietsenminnend Frankrijk. En ik heb een hekel aan hem.
Maar laat ik positief beginnen. Hij alleen is de reden dat deze ploeg, het oude Bbox Bouygues Telecom, nog bestaat. De sponsor trok zich eind 2010 terug uit het wielrennen. Een leegloop dreigde. Voeckler, of Titi zoals ze hem in Frankrijk graag noemen, zorgde er hoogstpersoonlijk voor dat er alsnog ergens een sponsor vandaan werd gehaald.
Deze foto toont meteen de reden van mijn haat. Hij is zich er uitermate van bewust dat de camera’s op hem gericht zijn. Daarom begint hij rare bekken te trekken.
Ik weet niet of u het ooit geprobeerd heeft, maar je tong zó ver uit je mond steken kost flinke moeite. Maar is vooral nergens voor nodig. We weten heus wel dat z’n wedstrijd ríjden zwaar is. Laat staan winnen.
Denkt u: ‘Voeckler? Die naam ken ik ergens van…’ Dan kan ik u gerust stellen. Hij was ook een van de renners die mee was in de ontsnapping in de Tour de France van afgelopen jaar met Johnny Hoogerland. Die met dat prikkeldraad en die auto. Luís Leon Sanchez won die etappe.
Sterker nog: ‘(pe-)ti-blanc’ Voeckler pakte in deze etappe de gele trui. Hij zou hem pas na 10 ritten op de flanken van de Alpe d’Huez verliezen.
Op de Alpe kwam een ander ergermoment voor mij. Voeckler werd in een van de bochten, de ‘Nederlandse’ bocht om precies te zijn, uitgefloten door ‘supporters’. Een aantal Nederlanders had bedacht dat het leuk zo zijn om op deze ‘Nederlandse’ berg een bocht te claimen. Ze waren er immers toch al op vakantie, waarom dan niet een stel idioten op een fiets een berg op zien fietsen?
Ik hoorde de gesprekken al: de een: ‘Hé de gele trui, gelost!’ De ander: ‘Ja dat is Voeckler, inderdaad!’ Weer een ander: ‘Voeckler? Dat is toch die Fransman die doorfietste toen onze Johnny viel? De schoft!’ En vervolgens een fluitconcert. Hoezeer ik zo’n ook gefluit afkeur, de reactie van Voeckler was absurd. Uiteraard had hij overigens een cameramotor bij, blijft interessant zo’n gele trui.
Wild gebarend, met een rood hoofd en letterlijk schuimbekkend fietste hij door, omringd door ploegmaats. Ondertussen ongetwijfeld iedereen langs de kant uitscheldend, maar erg goed kan ik niet liplezen. Bovendien is mijn Frans niet heel erg sterk.
Ik geloof nog steeds dat hij weer bij de leiders aan had kunnen sluiten als hij zijn energie niet in zo’n hoop misbaar had gestoken.
Of wat denk je van dit verhaal, zoals opgetekend uit de verslaggevers van het Belgische Sporza: In het geneutraliseerde deel aan het begin van een etappe/wedstrijd laat Voeckler zich regelmatig uit het peloton zakken. Om vervolgens met een rechte rug en rondkijkend zoals hij alleen dat kan zich te laten bewonderen door de toeschouwers.
Ik weet dat ik hiermee nog eeuwen door kan gaan, maar ik hoop dat ik toch tenminste begrip heb gekweekt voor mijn hartgrondige hekel aan Thomas ‘le chouchou’ Voeckler. Die bijnamen zijn al voldoende mijns inziens…