[COLUMN] Spoken van de Geschiedenis

Eens in de zoveel tijd gebeurt het mij wel eens dat een onderwerp, volledig willekeurig, verschillende keren opduikt in gesprekken. Ik weet niet of dat aan mijn geestelijke gesteldheid ligt of niet, maar het Foro Italico was voor mij de afgelopen tijd zo’n ‘spook’. Of het nu een docent was die zijn fascinatie deelde of iemand die naar Rome ging, elke keer dook het Foro op.

Inmiddels denk je waarschijnlijk (met alle respect): ‘Het Foro Italico? Bedoel je niet het Forum Romanum?’ Nee, dat bedoel ik niet. Dan had ik dat wel opgeschreven. Al ligt het Foro wel in Rome, een stukje buiten het toeristische centrum. In tegenstelling tot het Forum Romanum heeft het Foro wel een korte introductie nodig:

Het Foro Italico begon zijn leven met een andere naam: Foro Mussolini. Inderdaad, naar de ‘dux’ (leider) van het fascistische Italië van voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De bedoeling was om, na de ‘Hitler-spelen’ van 1936 en de Olympische Spelen van 1940 in Tokyo, de Olympische Spelen in 1944 in Rome te organiseren. Uiteindelijk is vanwege overduidelijke redenen alleen de eerste doorgegaan. Bovendien kreeg in 1939 Londen de Olympische Spelen van 1944 toegewezen. Voor een Italiaanse kandidatuur waren natuurlijk wel faciliteiten nodig en daar was het Foro voor. Toen het in 1938 af was bestond het uit twee stadions en het centrum voor Mannelijke Fysieke Educatie (Accademia fascista maschile di educazione fisica). Zoals te zien in deze maquette.

Alles aan het complex moest natuurlijk de sfeer van een wedergeboorte van het Romeins Rijk uitademen. De brug (Ponte Duce d’Aosta) over de Tiber voor het complex staat daarom bol van de reliëfs van soldaten uit die tijd, gespiegeld aan de reliëfs op de Zuil van Trajanus over de verovering van Dacia (inderdaad, van de auto’s). Door de brug is er een open uitzicht op de grote obelisk waarop in grote letters MUSSOLINI DUX geschreven staat. Daarachter ligt de toegangsweg van zwart-wit mozaïek in de stijl van de mozaïeken in Ostia, die rond die tijd opgegraven werden. In plaats van vissen, schepen en kruiken zijn er afbeeldingen van onder andere jeeps, rupsvoertuigen en vliegtuigen . Aan weerszijden van de mozaïeken toegangsweg staan grote stenen met inscripties van belangrijke data van het fascistisch bewind, zoals de revolutie van 1922. Uiteindelijk liggen de twee stadions, het Stadio Olimpico en het Stadio dei Marmi, naast elkaar, achter een grote stenen wereldbol. Aan de bovenrand van het Stadio dei Marmi staan Romeins-aandoende beelden die verschillende sporten en regio’s van Italië symboliseren. Architect van dit alles: Enrico del Debbio.

Waarom deze beschrijving van hoe het er toen uit zag? Omdat het er nu nóg zo uit ziet, enkele aanpassing daargelaten. De grootste aanpassing is het volledig vervangen van het Stadio Olimpico met een nieuw, modern stadion.  Dit nieuwe stadion is de thuishaven van beide Romeinse voetbalclubs uit de Serie A: AS Roma en Lazio Roma.

Dat het er nog zo staat klinkt nogal logisch, ze wisten immers wel hoe ze moesten bouwen en zo lang geleden is het nu ook weer niet. Maar als je er tegenwoordig rondloopt, zie je nog steeds de vele verwijzingen naar Mussolini, zoals de inscriptie op de obelisk. Nagenoeg niks is weggehaald of weggepoetst.

En het beste komt nog: na de omverwerping van het fascistisch regime in 1943 werd ook déze datum toegevoegd aan de herinneringsstenen, net als het einde van de oorlog in 1945. Zelfs de stichting van de nieuwe Republiek in juni 1946 werd toegevoegd. De cirkel was rond. De fascistische periode voorbij en afgesloten. Italië kon door.

Dít was, naast de schoonheid van het complex, wat me intrigeerde toen ik eind augustus vorig jaar op een hete middag de mozaïekvloer opliep. Het was een schitterende cirkel van de geschiedenis. Een erkenning van het verleden, een afsluiting van datzelfde verleden en het richten van de blik op de toekomst.
Vergelijk het met de locatie van de Olympische Spelen van 1936: Berlijn. Voor zover ik weet zijn daar alle verwijzingen naar het Nazi-verleden verworden tot roestige gaten waar ooit de adelaars en hakenkruizen stonden.

Je zou kunnen zeggen dat Duitsland meer reden had om haar verleden uit te wissen, maar ook fascistisch Italië heeft de nodige doden op haar geweten. Verschil is dat Mussolini pas laat in de antisemitische doctrine van Hitler is meegegaan. Bovendien heeft hij de meeste schade berokkend in oorlogen in Albanië en Ethiopië.

Het krampachtige omgaan met de geschiedenis is iets wat ook in Nederland terug te vinden is. Rond Sinterklaas was er bijvoorbeeld de bijna jaarlijkse ophef om Zwarte Piet, die beledigend zou zijn als zwarte slaaf van de blanke meester. Daarnaast was er in de dagen voor Prinsjesdag een discussie over een van de panelen van de Gouden Koets. Dit paneel verwijst naar het Nederlands slavernij-verleden.
Wat mij betreft zou een land, volk of zelfs individueel persoon nooit moeten proberen haar verleden uit te wissen of te ontkennen. Landen worden bewoond en bestuurd door mensen, die mensen maken fouten. Het zijn geen robots. Zelfs robots moeten trouwens geprogrammeerd worden. Beter is het te zeggen: ‘Ja, ik (of ‘we’ in dit geval) hebben fouten gemaakt achteraf gezien. We weten nu hoe het beter moet.’

Het ontkennen van fouten, zeker als ze een dergelijke impact hebben, is naar mijn mening erg gevaarlijk. Maak dan liever de cirkel rond en ga verder met het verleden in je achterhoofd. Het is gebeurd en dus is er niks meer aan te veranderen. Al moet dat nooit een reden zijn om het te vergeten. Het proberen uit te wissen is dan juist de reactie die je níet moet hebben.

Oh, en loop eens langs het Foro de volgende keer dat je in Rome bent. Het is de moeite waard. Misschien moet ik dat zelf ook maar weer eens doen, dan sluit ook ik de cirkel en waart het Foro Italico misschien niet langer rond als spook in míjn leven.


Met dank aan Christoph van den Belt, die een korte redactie op dit stuk heeft uitgevoerd.

Tags: column